Instituut Collectie Nederland

Nicolas Thuys, Armband, 1967

Gepubliceerd op 02-02-2010
Laatst gewijzigd op 04-02-2010

zilver, gedreven, 7,8 x 7,6 x 2,7 cm, K67294

Nog tot eind februari is deze armband in Arnhem te bewonderen samen met een aantal andere sieraden die het Museum voor Moderne kunst in Arnhem van het ICN te leen heeft. De tentoonstelling Het Nieuwe Versieren – Nederlandse sieraden van 1965 tot nu toont de sieraadgeschiedenis aan de hand van de eigen collectie van het museum in Arnhem.

De holle en bolle vormen zoals te zien in deze zilveren armband, zijn kenmerkend voor het werk van Nicolas Thuys (1927-1989) uit de jaren zestig. Deze edelsmid, tekenaar en ruimtelijk vormgever heeft sieraden ontworpen met een voorkeur voor organische vormen.

Is in de bolling van dit sieraad van gedreven zilver de vorm van een lepelschep te herkennen? Deze associatie is op zich niet zo vreemd wanneer je meer sieraden uit de jaren zestig hebt gezien. In een zilveren armband van Gijs Bakker (1942) uit 1965 is de lepelvorm helemaal evident: een lepel is letterlijk omgebogen tot een armband en samengevoegd met een tweede lepelschep die van binnen blauw geëmailleerd is. Het geheel heeft daardoor wel iets weg van castagnetten. Deze armbanden van Bakker en Thuys lijken gebaseerd te zijn op dezelfde basisvormen.

Inspiratie vinden edelsmeden uit die tijd in de beeldende kunst, in het werk van Henry Moore (1898- 1986) bijvoorbeeld, wat te zien is aan de organische, gebogen, holle en bolle vormen. Het sieraad wordt meer en meer als zelfstandig object gezien. Niet speciaal voor één persoon gemaakt of dienend als zetting van edelstenen, maar als een vorm van autonome kunst. Sieraden staan eind jaren zestig ruim in de belangstelling. Er zijn verschillende galeries die er tentoonstellingen aan wijden.

Het werk van Thuys vormt een mooie overbrugging tussen de verschillende lichtingen sieraadontwerperpers uit de jaren zestig in een periode dat in Nederland een omslag plaatsvindt binnen het sieraad. Een nieuwe generatie edelsmeden is op zoek naar een nieuwe vormentaal, zowel in edele als in niet edele metalen. Thuys blijft de voorkeur vertonen voor het werken in edelmetaal en zijn sieraden behouden een organisch lijnenspel, waardoor het een eigenheid behoudt tussen de geometrische vormen die het werk van menig Nederlandse edelsmid uit de jaren zeventig kenmerkt.

Overzichtsfoto van de eerste zaal van de tentoonstelling Het Nieuwe Versieren

De opleiding van Thuys is divers; hij begint eind jaren veertig bij de academie van Beeldende Kunst en Nijverheid in Arnhem, gaat vervolgens vier jaar naar het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam, de huidige Gerrit Rietveld Academie en in de jaren vijftig nog een jaar naar de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij volgt lessen metaal bij Frans Zwollo Jr.(1896-1989) en Marinus Zwollo (1903).

Het Rijk koopt al in een vroeg stadium moderne sieraden aan. Benno Premsela (1920-1997) is hiervoor verantwoordelijk als lid van de Rijksaankoopcommissie. Hij draagt de toegepaste kunsten een warm hart toe. Het overgrote deel van de negenhonderd sieraden uit de Rijkscollectie is gemaakt en aangekocht in de jaren zeventig en tachtig. Ook het Centraal Museum in Utrecht verwerft sieraden. In 1968 wordt bij Galerie Het Kapelhuis in Amersfoort een vergelijkbare armband van Thuys gekocht, vervaardigd in goud.

In 1968 organiseert het ministerie van CRM een tentoonstelling Hedendaagse Nederlandse edelsmeedkunst waar ‘een selectie van de in de Rijkscollectie opgenomen voorwerpen van edelsmeedkunst’ deel van uit maakt. Riet Neerincx (1925), edelsmid en destijds conservator van het Gemeentemuseum in Arnhem is samen met een medewerker van het departement belast met de samenstelling. De armband van Thuys gaat in 1968-1969 op tournee onder meer naar Keulen, Darmstadt en Parijs. Neerincx koopt ook voor haar eigen museum sieraden aan en krijgt een aantal sieraden uit de periode 1967-1969 uit de Rijkscollectie te leen. Omdat een belangrijk deel van sieraadontwerpers uit de jaren zeventig wordt opgeleid aan de Academie in Arnhem maakt het sieraad sinds die jaren een belangrijk deel uit van het verzamelbeleid van het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, zoals het museum tegenwoordig heet.

In Apeldoorn bezit Museum CODA het archief van Thuys. Ontsluiting daarvan ligt in het verschiet. Mogelijk komt het veelzijdige oeuvre van Thuys daarna specifiek aan bod in dat museum!

Auteur(s):

  • Geertje Huisman

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit artikel geplaatst.

Reageer

 

Plaats een reactie

Stuur door

 

Uw gegevens
Gegevens geadresseerde