Instituut Collectie Nederland

Veel gestelde vragen

Bruiklenen

  1. Kom ik in aanmerking voor een bruikleen uit de ICN-collectie?
  2. Wat moet ik doen om een bruikleen te krijgen uit de ICN-collectie?
  3. Is het toegestaan om een bruikleen van het ICN tijdelijk aan een museum in onderbruikleen te geven, bijvoorbeeld voor een tentoonstelling?
  4. Mag ik een foto (laten) maken van een object dat wij van het ICN in bruikleen hebben en deze afbeelding verkopen?
  5. Vanwege een verbouwing zijn wij genoodzaakt bruiklenen uit de ICN-collectie tijdelijk elders onder te brengen. Moeten wij dit melden?
  6. Voor de (her)inrichting van een ruimte ben ik op zoek naar enkele objecten. Kan het ICN mij daarbij helpen?
  7. Wat moet ik als bruikleennemer betalen voor een bruikleen en waarom?

Veilen

  1. Waarom veilen musea hun objecten?
  2. Mogen musea hun voorwerpen wel verkopen?
  3. Wat is de rol van Instituut Collectie Nederland?
  4. Waar zijn de objecten te zien?

Collectiebehoud

  1. Ik heb een vreemde aanslag op mijn voorwerp, wat is dat?
  2. Hoe kan schimmel worden bestreden?

Collectiebeheer

  1. Hoe maak ik een calamiteitenplan?
  2. Welke blusmiddelen zijn geschikt voor het gebruik in een museum of andere collectiebeherende instelling?
  3. Ik heb voor de berging van voorwerpen in het depot schuimplastic nodig. Welk type is geschikt?

Stel hier uw vraag

Als uw vraag hierboven niet beantwoord wordt, aarzel dan niet om onderstaand formulier te gebruiken om ons te berichten. Wij zullen ons best doen u zo spoedig mogelijk een antwoord te geven. Als u persoonlijk antwoord wilt, vermeldt u dan uw e-mail adres.

 

Stel hier uw vraag

Bruiklenen

Kom ik in aanmerking voor een bruikleen uit de ICN-collectie?
Musea, overheidsinstellingen (hoge colleges van staat, ministeries, Nederlandse ambassades), hoogwaardigheidsbekleders (ministers, staatssecretarissen en ambtelijke topfunctionarissen) en semi-openbare en historische representatieve gebouwen komen in aanmerking voor een bruikleen uit de ICN-collectie.
Wat moet ik doen om een bruikleen te krijgen uit de ICN-collectie?
U kunt een schriftelijk verzoek indienen met daarin het doel van de bruikleen en de ICN inventarisnummers van de objecten die u wilt lenen. De bruikleenaanvraag kunt u richten aan het hoofd van de afdeling Collecties, Mevr. M. Hanssen, Postbus 1098, 2280 CB, Rijswijk.
Is het toegestaan om een bruikleen van het ICN tijdelijk aan een museum in onderbruikleen te geven, bijvoorbeeld voor een tentoonstelling?
Ja, als u (museale) bruikleennemer staat ingeschreven in het register van de NMV/LCM dan mag u zonder tussenkomst van het ICN de bruikleen tijdelijk aan een andere museale instelling in Nederland in onderbruikleen geven. De onderbruikleengever dient ook ingeschreven te staan in het register van de NMV/LCM en de onderbruikleen periode mag niet langer zijn dan vier maanden. Wanneer de periode van onderbruikleen langer dan vier maanden zal zijn of wanneer het een onderbruikleen aan een instelling in het buitenland betreft dient altijd toestemming aan het ICN gevraagd te worden. U kunt hiervoor contact opnemen met Hannie Straver-Allard, T 070-3073809 E hannie.straver@icn.nl
Mag ik een foto (laten) maken van een object dat wij van het ICN in bruikleen hebben en deze afbeelding verkopen?
Nee, commerciële exploitatie van beeldmateriaal van een object door het ICN in bruikleen gegeven is niet toegestaan. Aan beeldmateriaal dat bij het ICN wordt aangevraagd zijn kosten verbonden. Tevens vragen wij twee bewijsexemplaren. Voor het aanvragen van fotomateriaal kunt u terecht bij: fotodesk@icn.nl. Voor publicaties met een wetenschappelijk en/of educatief karakter stellen wij meestal wel beeldmateriaal beschikbaar in ruil voor presentexemplaren. Hiervoor kunt u een verzoek indienen bij de afdeling Communicatie & Informatie, E marina.raymakers@icn.nl
Vanwege een verbouwing zijn wij genoodzaakt bruiklenen uit de ICN-collectie tijdelijk elders onder te brengen. Moeten wij dit melden?
Ja, dat is noodzakelijk in verband met onze objectregistratie. Objecten die door het ICN in bruikleen worden gegeven zijn locatiegebonden en mogen niet zonder toestemming van het ICN worden verplaatst. Het ICN zal in veel gevallen zelf zorgdragen voor het transport en kan eventueel ook de objecten tijdelijk onderdak verlenen. De bruikleennemer dient in alle gevallen de afdeling Collecties in kennis te stellen van een voorgenomen verplaatsing van een bruikleenobject, óók wanneer het een interne verplaatsing betreft.
Voor de (her)inrichting van een ruimte ben ik op zoek naar enkele objecten. Kan het ICN mij daarbij helpen?
Waarschijnlijk wel. De collectie die het ICN beheert, bevat vrij omvangrijke deelcollecties Moderne Kunst, Oude Kunst en Toegepaste Kunst. Wanneer u een schriftelijk bruikleenverzoek richt aan de afdeling Collecties en daarin duidelijk aangeeft wat voor objecten u zoekt en voor welke ruimte, dan ontvangt u een schriftelijk voorstel, inclusief offerte. Een deel van de ICN-collectie is op deze website te zien.
Wat moet ik als bruikleennemer betalen voor een bruikleen en waarom?
Aan de bruikleennemer worden kosten doorberekend die het ICN maakt om een object ‘bruikleen klaar’ te maken. Dit zijn de kosten van (eventuele) restauratie, verpakking en transport. Deze kosten worden altijd te voren gemeld. De bruikleennemer moet ook rekening houden met kosten van transport en verpakking bij beëindiging van een bruikleen. Ook zal het ICN herstelkosten doorberekenen als er tijdens de bruikleenperiode schade is ontstaan.

terug naar top van de pagina

Veilen

Waarom veilen musea hun objecten?
Musea verzamelen op basis van een collectieplan. Collectiebeheerders houden hun collectie regelmatig tegen het licht om te bepalen of de voorwerpen nog wel representatief zijn voor het verhaal dat het museum wil vertellen. Binnen museumcollecties bestaan nogal wat voorwerpen die nooit getoond worden of eigenlijk niet in de collectie passen. Een onduidelijk verzamelbeleid in het verleden of een wijziging van de museumdoelstelling is hiervan vaak de oorzaak. Voor die voorwerpen wordt dan in eerste instantie een nieuwe bestemming gezocht bij andere Nederlandse musea. Als daar geen interesse is kunnen ze verkocht worden. Verkoop via een veiling biedt zoveel mogelijk geïnteresseerden de kans een stukje museum in huis te halen. Het beheer van collecties kost veel geld. Daarom wordt gemeenschapsgeld ingezet voor het beheer en behoud van collecties die het behouden waard zijn. Door selectief te werven en af te stoten verbetert de kwaliteit van een museumcollectie en wordt deze beter beheersbaar. Dat levert uiteindelijk zowel praktische als financiële voordelen op.
Mogen musea hun voorwerpen wel verkopen?
Het afstoten van museumstukken gebeurt uiterst zorgvuldig. Er zijn vele manieren waarop een voorwerp in een museum terecht kan komen, bijvoorbeeld door schenking, aankoop of ruil. Wanneer een museum een stuk wil afstoten, moet eerst worden onderzocht hoe die stukken in het museum zijn gekomen. Pas als de herkomst van het stuk duidelijk is, worden verdere stappen ondernomen. Een object kan teruggegeven worden aan de schenker of kunstenaar, worden herplaatst in een ander museum of worden verkocht. Het proces van afstoting vereist dus grote zorgvuldigheid, deskundigheid en transparantie. De Leidraad voor het afstoten van museale objecten, ontwikkeld door het ICN is daarbij van groot belang en officieel goedgekeurd door het ministerie van OCW. De opbrengst van de verkoop moet altijd ten goede komen aan de collectie van het museum, in de zin van nieuwe aankopen of restauratie.
Wat is de rol van Instituut Collectie Nederland?
Eén van de taken van het Instituut Collectie Nederland (ICN) is het adviseren van musea over beheer en behoud van de collecties. Hierbij speelt selecteren en afstoten een grote rol. Het ICN stimuleert de professionalisering van het museale selectiebeleid en heeft daarvoor de Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten (Lamo) en een herplaatsingdatabase (www.herplaatsingsdatabase.nl) ontwikkeld. De leidraad wordt nu door de meeste Nederlandse musea gehanteerd. Vanzelfsprekend gebruikt het Instituut Collectie Nederland, als beheerder van de rijkscollectie, deze leidraad ook om de rijkscollectie te optimaliseren.
Waar zijn de objecten te zien?
Alle werken die ICN en Nederlandse musea voor herplaatsing aan andere musea aanbieden (werk dat herplaatst wordt komt niet op de veiling): http://www.herplaatsingsdatabase.nl

terug naar top van de pagina

Collectiebehoud

Ik heb een vreemde aanslag op mijn voorwerp, wat is dat?
Dat kunnen we zo niet zeggen. Dan moeten we eerst het voorwerp en de aanslag bekijken en door middel van analyses de aanslag identificeren. Als de omstandigheden waaronder het wordt bewaard bekend zijn, kan mogelijk de oorzaak van de aanslag worden achterhaald. Afhankelijk van de identificatie kan een advies worden gegeven over verwijdering ervan. Meer informatie bij Naam:Brokerhof, Agnes Telefoon:020-3054729 Email: agnes.brokerhof@icn.nl
Hoe kan schimmel worden bestreden?
Bij preventie en bestrijding van schimmel kan het ICN helpen met advies. Klik op onderstaande link voor de publicatie 'Pluis in huis: geïntegreerde bestrijding van schimmels in archieven'. Meer informatie bij Naam:Brokerhof, Agnes Telefoon:020-3054729 Email:agnes.brokerhof@icn.nl Links Pluis in huis : geïntegreerde bestrijding van schimmels in archieven

terug naar top van de pagina

Collectiebeheer

Hoe maak ik een calamiteitenplan?
De publicatie ‘Voor het kalf verdronken is: handleiding voor het maken van een museaal calamiteitenplan’ geeft alle informatie die nodig is bij het schrijven van een calamiteitenplan. Op deze website bieden wij een "Handreiking bij het schrijven van een calamiteitenplan". Daarnaast is advies op maat mogelijk, van de begeleiding bij tot en met het maken van een calamiteitenplan.
Welke blusmiddelen zijn geschikt voor het gebruik in een museum of andere collectiebeherende instelling?
Brand veroorzaakt onherroepelijke schade en moet dus geblust worden. Toch is elk blusmiddel een noodoplossing vanwege de schade die kan ontstaan als gevolg van het water, het poeder of de oppervlakteactieve stoffen die bij het gebruik vrijkomen. Het ICN raadt als klein blusmiddel een koolzuurblusser aan voor de eerste bestrijding en daarna water uit de brandslang. De brandslang dient wel met een nevelkop te zijn uitgerust. De gewone straal is te krachtig waardoor schade aan de collectie kan ontstaan.
Ik heb voor de berging van voorwerpen in het depot schuimplastic nodig. Welk type is geschikt?
De schuimen waar geen schadelijke stoffen aan zijn toegevoegd die er in de loop van de tijd uit kunnen komen zijn in principe geschikt. Voor berging is polyetheenschuim in verschillende celtypen het meest geschikt.

terug naar top van de pagina

Stuur door

 

Uw gegevens
Gegevens geadresseerde

Zie ook

Er zijn geen verwijzingen gevonden